Zo ziet ACV Puls het sociaal werk en de sociaal werkers

Ingediend door sociaal werker op wo, 23/05/2018 - 14:02
Zo ziet de ACV Puls het sociaal werk en de sociaal werkers

Dit is de visie van de ACV Puls non-profit op het sociaal werk en op de sociaal werkers. In de tekst gaan we op zoek naar alle elementen die volgens ons het sociaal werk bedreigen en beschrijven we onze voorstellen en oplossingen.

ACV Puls non-profit wil komen tot een breed gedragen visie op het sociaal werk vandaag én in de toekomst, een visie die aan alle uitdagingen het hoofd kan bieden.

Inhoud

Situering

Sociaal werk is van alle tijden. Het ontstond als antwoord op armoede en op de onderdrukking en uitbuiting van kwetsbare mensen. De voorlopers van het sociaal werk vinden we al in de middeleeuwen, maar het professioneel sociaal werk ontstond in Vlaanderen in de achttiende en de negentiende eeuw.

Het streven naar emancipatie en democratisering met vrijheid en gelijkheid als basis betekende de geboorte van het professioneel sociaal werk. Wat voorheen het monopolie van kloosters en parochies was, kwam steeds meer in handen van leken en de overheid.

Na de wereldoorlogen van de twintigste eeuw komt het sociaal werk in een stroomversnelling. Dat gebeurde niet toevallig.

De sterke positie en het prestige van de progressieve en vooral de arbeidersbeweging na de wereldoorlogen, gecombineerd met de dekolonisatiebeweging en de invoering van het communisme in de helft van de wereld zorgde ervoor dat in West-Europa, en dus ook in België, de verzorgings- en de welvaartsstaat werd ingevoerd.

De focus werd verlegd naar solidariteit, de sociale zekerheid werd gecreëerd en er werd ingezet op zorg, onderwijs, werkgelegenheid en welvaart.

Voor het sociaal werk betekende dat een stijgend aantal hulpverleners en een steeds uitgebreider netwerk. Daardoor werd de sector verder geprofessionaliseerd en steeg de kwaliteit van de dienstverlening.

Sinds 1989 is niet alleen de wereld maar ook onze samenleving aanzienlijk veranderd. Na de val van de Berlijnse muur verdween het communisme in het grootste deel van de wereld. De positie van de progressieve beweging verzwakte en de ideologen van het neoliberalisme kregen quasi vrij spel om hun ideeën ingang te doen vinden.

De basisidee van het neoliberalisme is dat de vrije markt niet beperkt mag worden. De overheid mag niet ingrijpen maar moet enkel zorgen voor veiligheid.

Volgens neoliberalen heeft het niet langer zin om te spreken over sociale klasse en zijn sociale verschillen een gevolg van individuele keuzes.

Daardoor komt natuurlijk ook het sociaal werk steeds meer onder druk te staan. Regeringen die een neoliberale politiek volgen, verschuiven collectieve verantwoordelijkheden naar het individu.

Die toenemende individualisering zorgt ervoor dat rechten worden afgebouwd en er meer voorwaarden opgelegd worden om sociale rechten te bekomen. Fundamentele grondrechten verdwijnen naar de achtergrond en vooral de plichten van burgers worden benadrukt. Dat alles gaat samen met toenemende repressie en controle.

De neoliberale en economische kijk op de maatschappij maakt dat regeringen zich blindstaren op economisch meetbaar “rendement”. Dat resulteert in besparingen, het uithollen van de sociale zekerheid en het sociaal werk, en de toepassing van “de wetten van de vrije markt” in elk domein van de samenleving. Zo’n beleid speelt ongelijkheid en uitsluiting in de kaart.

Zo’n beleid kan ACV Puls nooit verdedigen. ACV Puls is een vakbond en vindt dat solidariteit, menselijke waardigheid en sociale rechtvaardigheid altijd een prominente rol moeten spelen in onze maatschappij.

Terug naar de inhoudstafel

Sociaal werk(ers)

De International Federation of Social Workers (IFSW) beschrijft sociaal werk als volgt:

Sociaal werk is een op de praktijk gebaseerd beroep én een academische discipline die sociale verandering en ontwikkeling, sociale cohesie, empowerment en bevrijding van mensen bevordert. Principes van sociale rechtvaardigheid, mensenrechten, collectieve verantwoordelijkheid en respect voor diversiteit staan centraal in het sociaal werk. Onderbouwd door wetenschappelijke theorieën over het sociaal werk, door sociale- en menswetenschappen en inheemse en lokale vormen van kennis , engageert sociaal werk mensen en structuren om levensuitdagingen en problemen aan te pakken en welzijn te bevorderen.

Met de mensenrechtenbenadering als referentie– en handelingskader komt het sociaal werk op voor menselijke waardigheid en een rechtvaardigere samenleving. Het invullen van rechten kan op verschillende manieren gebeuren.

Ofwel heeft de maatschappelijke dienstverlening slechts een symbolische waarborgfunctie en biedt men burgers enkele maatschappelijk voorzieningen aan.

Ofwel gaat men verder en kiest men resoluut voor het veranderen van de sociale verhoudingen in de richting van meer sociale gelijkheid en rechtvaardigheid, het realiseren van maatschappelijke bestaansvoorwaarden en ontplooiingskansen voor iedereen.

ACV Puls pleit vastberaden voor dat laatste. Wij willen een diepgaande aanpak. Individuele burgers toegang geven tot enkele sociale voorzieningen is het minimum, maar ook niet meer dan dat. We moeten, samen met kwetsbare burgers, problemen én oplossingen definiëren. Van daaruit kan dan breed gedragen actie ondernomen worden om de rechten van de zwakkeren te verdedigen.

Terug naar de inhoudstafel

De sociaal werker

Identiteit

Van meet af aan is het beroep van sociaal werkers een mensenrechtenberoep. Sociaal werkers voelen onrecht aan en merken dat er mensen uit de boot vallen. Zij weten wat er leeft, wat er fout gaat en welke veranderingen er in de maatschappij plaatsvinden.

Daarbij kijken zij niet alleen naar de persoon die om hulp vraagt, maar ook naar zijn of haar omgeving. Ze bouwen een vertrouwensrelatie op met de hulpvrager, vertellen hem of haar welke rechten hij of zij heeft en organiseren individuele toegang tot maatschappelijke voorzieningen.

Daarnaast hebben ze oog voor problemen op alle levensdomeinen, werken ze zowel individueel als met groepen, zorgen ze voor cohesie waar mensen in isolement leven en ondersteunen ze de hulpvragers om zelfstandig door het leven te gaan. Het doorgronden van de samenleving is dan ook hun expertise.

Met de huidige maatschappelijke ontwikkelingen, moeten we de identiteit van sociaal werkers scherper stellen. Die identiteit moet geschreven worden in dialoog met de sociaal werkers, het middenveld en de overheid. De job van de sociaal werker hangt nauw samen met de toekomst van het sociaal werk.

Ondanks de voortdurende spanning in de politieke keuze tussen een individuele en een structurele aanpak, heeft de sociaal werker zich doorheen de geschiedenis altijd weten aan te passen aan de maatschappelijke veranderingen.

Daaraan ontleent het sociaal werk haar bestaansrecht en legitimiteit. Vaak hebben sociaal werkers het beleid ook meegestuurd en vorm gegeven.

Sociaal werkers staan met beide voeten in de realiteit en spitten een brede waaier aan hulpvragen uit. Vervolgens reiken ze passende oplossingen aan, vertrekkend vanuit hun expertise en rekening houdend met een veelvoud aan factoren. Zij zijn dus het best geplaatst om de breukvlakken tussen persoon, omgeving en structuren te lijmen.

Terug naar de inhoudstafel

Beleidsvoorbereider en beleidsuitvoerder

Vandaag worden sociaal werkers geconfronteerd met de gevolgen van een neoliberaal beleid. Dat legt de nadruk op individuele verantwoordelijkheid en op zelfredzaamheid. Mensen die het moeilijk hebben worden gestigmatiseerd en geculpabiliseerd.

Burgers kiezen hun vertegenwoordigers waarop beroepspolitici op hun beurt een beleidsplan ontwikkelen en zorgen voor de uitvoering daarvan.

In de ogen van neoliberale politici is de rol van het middenveld, en dus ook die van de sociaal werkers, niet om zich te moeien met die politieke keuzes, maar om ze blind uit te voeren. Wanneer de vertaling van beleid naar praktijk fout loopt, krijgt het middenveld de kans om dit te ‘signaleren’.

De politieke (en subsidiërende) overheid ziet de sociaal werker dus vooral als een uitvoerder van hún beleid. Maar democratie stopt niet na de verkiezingen. Elke burger, ook de hulpvrager, heeft recht op een stem in het maatschappelijk debat.

De bestaande maatschappelijke verhoudingen veroorzaken sociale uitsluiting en vergroten de ongelijkheid. Niet elke burger vindt meteen de weg naar de juiste hulp.

Sociaal werkers moeten daarom ook de ruimte krijgen om met een kritische blik naar de structuren die mee aan de basis van uitsluiting liggen, te kijken en concrete acties uit te werken om die structuren te bestrijden.

Die acties kunnen gericht zijn op het beïnvloeden van het beleid, maar ook op het ontwikkelen van nieuwe praktijken of het problematiseren van de eigen werking. Daarbij zijn de sociaal werkers niet louter uitvoerders van het beleid.

ACV Puls zal niet toelaten dat sociaal werkers gedegradeerd worden tot beleidsuitvoerders. Zij moeten berekend ‘neen’ durven zeggen tegen de nadelige veranderingen die dit beleid met zich meebrengt. Hun signaalfunctie is verbonden aan de opdracht om de bestaande orde in vraag te stellen en onderbouwde alternatieven aan te reiken.

Terug naar de inhoudstafel

Sociaal werkers in actie

ACV Puls vindt dat sociaal werkers meer buiten de bestaande kaders moeten werken. Hulpvragers zullen hen motiveren om hun stem te verheffen en deel te nemen aan het democratisch debat. Daarmee gaan ze een stap verder dan enkel de rol van belangenbehartiger op zich te nemen.

Vanuit een mensenrechtenbenadering, die na een reflectie over de rol en de positie van het sociaal werk, vertaald wordt naar een handelings– en beleidskader, gaan sociaal werkers kritischer werken.

Grondrechten zullen actiegericht geradicaliseerd worden waardoor hulpvragers op een kwaliteitsvollere wijze tot en aan hun recht komen.

Sociaal werkers zijn niet neutraal en moeten een standpunt innemen. Natuurlijk is het niet evident om aan de ene kant tegen een beleid op te treden terwijl je aan de andere kant gebonden bent aan convenanten en subsidiereglementen.

Willen we het beleid beïnvloeden, dan moet dat doordacht gebeuren. Niet enkel met signalen vanuit de dagdagelijkse praktijk, maar met werkbare alternatieven die gestoeld zijn op praktijkonderzoeken.

Samenwerkingsverbanden tussen onderzoekers en sociaal werkers op touw zetten is daarbij een stap in de goede richting. Door samen te werken met onderzoekers zullen sociaal werkers via praktijktheorie aantonen dat wat ze doen, werkt. Daardoor zullen sociaal werkers terug meer gaan wegen op het beleid.

Bovendien mogen organisaties binnen het sociaal werk elkaar niet zien als concurrenten. De krachten kunnen beter gebundeld worden zodat samen gereageerd kan worden. Mensen verbinden en versterken om samen te werken aan een beleid met het oog op een solidaire samenleving zorgt voor een nieuw perspectief voor iedereen. Dat is ook de missie van ACV Puls, onze vakbond.

ACV Puls pleit voor een verdere professionalisering van het sociaal werk. Voorlopig wordt het sociaal werk door neoliberale politici nog getolereerd maar het wordt steeds duidelijker dat sommige regeringspartijen de organisatie van het sociaal werk, en misschien wel de zorg en welzijn in het algemeen, liever kwijt dan rijk zijn.

We merken een trend op waarbij het beleid de organisatie van het sociaal werk niet meer beschouwt als een collectieve verantwoordelijkheid. Een sprekend voorbeeld daarvan vinden we terug in Antwerpen.

Daar gooide het stadsbestuur het sociaal werk op de markt via de zogenaamde tenders (aanbestedingen). Tendering houdt in dat ook commerciële bedrijven zich kandidaat kunnen stellen voor een opdracht. Vervolgens wordt de aanbesteding op basis van de ingezonden offertes toegekend aan één van de kandidaten.

Terug naar de inhoudstafel

Commercialisering, vermarkting & tendering

Al jaren subsidiëren het stadsbestuur en het OCMW van Antwerpen een aantal werkingen rond daklozenopvang, verslavingszorg, buurtwerking en arbeidszorg. Maar in 2017 beslisten ze om de uitbating van het inloopcentrum voor daklozen, De Vaart toe te kennen aan twee private en commerciële bedrijven: G4S Care en hotelgroep Corsendonk.

Die beslissing was een rechtstreekse aanval op het erkende en gesubsidieerde Vlaamse middenveld. Tientallen jaren know-how en opgebouwd vertrouwen zouden met één handtekening vernietigd worden. Het centrum werd al 18 jaar uitgebaat door het CAW Antwerpen.

Gelukkig werd de beslissing geschorst nadat aan het licht kwam dat G4S gelogen had over de samenwerking met gespecialiseerde organisaties die de nodige inhoudelijke expertise konden aanleveren.

Beveiligingsbedrijf G4S is helemaal geen onbesproken firma. Dat het Antwerpse stadsbestuur überhaupt bereid was met hen in zee te gaan spreekt boekdelen.

Het drama is voorlopig afgewend en De Vaart wordt nog altijd uitgebaat door het CAW Antwerpen. Maar we moeten ons niet teveel illusies maken, de situatie heeft duidelijk nefaste gevolgen voor het sociaal werk. Commerciële bedrijven blijven op de loer liggen en de tendering heeft haar invloed gehad.

Bij open projectoproepen, de Antwerpse methode van tendering, krijgt de ‘winnaar’ het project en het geld toegewezen voor 3 jaar, verlengbaar voor maximum 2 keer 3 jaar.

Om in die logica mee te gaan, had het CAW Antwerpen beslist om in de toekomstige contracten van medewerkers die met die middelen worden tewerkgesteld een ontbindende voorwaarde in te schrijven.

Als de inkomsten na 3 of 6 of 9 jaar wegvallen, zou ook de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur van de medewerkers stoppen.

Wij begrijpen dat het moeilijk wordt om werknemers in dienst te houden wanneer de subsidie wegvalt. Maar het beëindigen van een arbeidsovereenkomst moet gebeuren met een opzegperiode, zodat de werknemer de nodige tijd krijgt om ander werk te zoeken. Zo staat het in de wet.

Tegen die contracten met een ontbindende voorwaarde hebben de werknemers en de vakbondsafvaardiging zwaar geprotesteerd. ACV Puls vindt dat de financiering van uitbesteding van maatschappelijk opdrachten aan organisaties duurzaam moet zijn, in principe dus van onbepaalde duur.

Contracten met ontbindende voorwaarden zijn niet duurzaam omdat voor de organisatie geen continuïteit op langere termijn kan worden gegarandeerd.

ACV Puls stapt met andere organisaties naar de subsidiërende overheden om die subsidie- en organisatieproblemen aan te kaarten en mee op te lossen.

Terug naar de inhoudstafel

Wat je zelf doet, doe je slechter?

De overheid kan haar taken op verschillende manieren uitvoeren. Ze kan ervoor kiezen om ze zelf uit te voeren of ze kan ze uitbesteden. Dat is een ideologische keuze.

Ook de mate waarin ze de markt laat doorwerken, het toezicht op de actoren en de voorwaarden die ze oplegt aan commerciële spelers zijn politiek-ideologisch gekleurd. Het is een gevolg van de visie die beleidsmakers hebben op de kerntaken van de overheid.

Een vaak aangehaalde motivering voor het uitbesteden is de ‘kostendaling’ en dus een grotere ‘efficiëntie’, oftewel ‘meer doen met minder’ (lees besparen).

Tot op heden is er echter nog geen aantoonbaar bewijs dat vermarkting de efficiëntie daadwerkelijk verhoogt. Bovendien staat economisch rendement voor ons ook niet op de eerste plaats.

Het gaat hier om mensenlevens en een maatschappelijk nut van onschatbare waarde. Voor commerciële spelers staat per definitie de winstmaximalisatie en niet de zorg voor de hulpvrager voorop. Zij zullen niet consequent handelen in het belang van de hulpvrager.

In onder andere de ouderenzorg zien we steeds meer commerciële spelers. Daar steeg de prijs van een verblijf en werd er volop bespaard op zorg en personeel.

Wij laten er geen twijfel over bestaan. Winstbejag en maatschappelijke dienstverlening zijn volgens ons niet verenigbaar. Dat is niet de ideologie die wij nastreven.

Overheidssubsidies zijn in solidariteit bijeengebracht door de belastingbetalers. Als er reserves zijn moeten die geherinvesteerd worden in het maatschappelijk doel van een sociale organisatie. Ze horen niet in de zakken van aandeelhouders te verdwijnen. Het is verwerpelijk om winst te maken op de kap van de meest kwetsbaren in onze maatschappij.

Terug naar de inhoudstafel

Hoe goedkoper, hoe beter?

Om opdrachten binnen te halen, beweren commerciële spelers de hulpverlening goedkoper te kunnen organiseren. Laten we G4S in Antwerpen als voorbeeld nemen.

De bewakingsfirma kon met een scherpe prijs het Antwerpse stadsbestuur verleiden om hen de daklozenwerking toe te kennen. G4S wilde de kosten drukken door met minder (en ook lager gekwalificeerd) personeel te werken en daarnaast beroep te doen op vrijwilligers.

G4S sprak ook niet van bijscholing voor het personeel. Daarnaast was de kans klein dat zij dezelfde loon- en werkvoorwaarden zouden aanhouden. ‘goedkopere’ hulpverlening leidt dus niet tot betere hulpverlening. Integendeel, de kwaliteit daalt en meer problemen dienen zich aan.

De voorbije 25 jaar heeft ACV Puls samen met de werknemers uit de sociale en zorgsector hard gestreden voor behoorlijke loon- en werkvoorwaarden. Zorg en sociaal werk vraagt de inzet van non-profit werknemers. Van georganiseerde concurrentie tussen non-profit en profit sectoren wordt niemand beter. Wij willen niet dat er bespaard wordt ten koste van het personeel en de hulpvrager.

Terug naar de inhoudstafel

Contracten met ontbindende voorwaarden

Dat beleid veroorzaakt grote onzekerheid bij de werkgevers en werknemers van sociale organisaties. Daardoor worden sociaal werkers preventief in opzeg gezet. Nieuwe werknemers worden tewerkgesteld met projectmiddelen en ontvangen een arbeidsovereenkomst met ontbindende voorwaarden.

Als de subsidiëring stopt, stopt de arbeidsovereenkomst. Van de ene dag op de andere staat de sociaal werker op straat, zonder opzegtermijn. Voor ACV Puls is dat onaanvaardbaar. Ook sociaal werkers hebben recht op een wettelijke opzegtermijn die hen toelaat om een evenwaardige job te zoeken.

Wanneer een andere organisatie plots de opdracht binnenhaalt, komt ook de continuïteit van de zorg in gevaar. De opgebouwde vertrouwensrelatie tussen hulpvrager, hulpverlener en zijn netwerk worden op het spel gezet. Vertrouwen opbouwen met de individuele hulpvrager vraagt tijd. De mens en haar rechten centraal plaatsen, vraagt een consequente houding.

Terug naar de inhoudstafel

Concurrentie

Organisaties willen overleven en doen er alles aan om opdrachten binnen te halen. Zo worden zij en sociaal werkers onderling tegen elkaar opgezet. Er komt druk op het loon, de werkzekerheid, werkomstandigheden en uiteindelijk op de aantrekkelijkheid van het beroep van de sociaal werker.

Terug naar de inhoudstafel

Expertise en samenwerking verdwijnt

De complexe problemen van kwetsbare doelgroepen worden niet opgelost door één enkele sociaal werkorganisatie of één enkele sociaal werker. Ze vergen een aanpak gebaseerd op kennis, ervaring en expertise.

Essentiële expertise opbouwen vraagt tijd en ruimte. Expertise is immers de meerwaarde van actoren die reeds lange tijd ingebed zijn in een sociaal weefsel en degelijke kennis hebben ontwikkeld over context, netwerken, samenwerkingspartners,… om vlot aansluiting te vinden met de doelgroep.

Gaan commerciële aanbieders willen investeren in de opbouw en onderhoud van expertise? Gaan zij netwerken willen opzetten met (potentiële) concurrenten en op een transparante manier samenwerken? Integendeel, vermarkting zet de samenwerking tussen de verschillende actoren onder druk.

Terug naar de inhoudstafel

Conclusie

Commercialisering leidt aan de ene kant tot kwaliteitsvermindering in de hulpverlening en aan de andere kant tot een verslechtering van de loon- en werkvoorwaarden.

Een verdergaande vermarkting biedt geen enkele toegevoegde waarde en werkt allesbehalve bevorderend voor de kwaliteit van de hulpverlening. Daarnaast is het maar de vraag of de voorspelde efficiëntiewinsten en kostenverminderingen behaald zullen worden. Eén ding weten we zeker, uiteindelijk zijn de hulpvrager en de sociaal werker de dupe.

Niet enkel het beleid en de gemaakte keuzes beïnvloeden de manier waarop het sociaal werk georganiseerd wordt. Verschillende omgevingsfactoren, maatschappelijke evoluties en hedendaagse trends bepalen mee de richting. Ze brengen op hun beurt ook vraagstukken, kansen en bedreigingen met zich mee.

Willen we een rechtvaardige en democratische samenleving, dan blijven we ons als sociaal werkers, middenveldorganisaties en opleidingsinstanties best verzetten tegen deze systemen. We moeten lokaal blijven samenwerken en voorkomen dat sociaalwerkorganisaties tegen elkaar worden uitgespeeld met concurrentie tot gevolg.

Het is belangrijk dat we aantonen dat sociale vraagstukken maar opgelost kunnen worden dankzij die verworven expertise, het lokaal sterk verankerd netwerk van samenwerkingsverbanden en het duurzaam opgebouwde vertrouwen van hulpvragers.

ACV Puls vindt niet dat commercialisering en vermarkting een plaats hebben in het sociaal werk. De overheid mag haar verantwoordelijkheid voor het organiseren van professionele en sociale hulpverlening dus niet afstoten. Integendeel, ze moet net meer middelen voorzien voor het sociaal werk. Er is nood aan duidelijke kwaliteitscriteria voor het dienstverleningsaanbod, de opleidingsvereisten van personeelsleden en de kwaliteit van loon- en werkvoorwaarden.

Terug naar de inhoudstafel

Vraagstukken, kansen & bedreigingen

Superdiversiteit

De samenleving is in een snel tempo heel wat diverser geworden. Niet alleen op het gebied van etnisch-culturele achtergrond, maar ook op het gebied van gender, geloofsovertuiging, seksuele voorkeur, inkomen, gezondheid, … kortom, ook binnen de diversiteit is er een steeds grotere diversiteit.

Die superdiversiteit brengt nieuwe vormen van sociale kwetsbaarheid met zich mee. Zij vraagt nieuwe competenties om met de verschillen, complexe situaties en dilemma’s om te gaan. Een basishouding van actief pluralisme en een diversiteitsensitieve aanpak met aandacht en respect voor het ‘anders-zijn’ is dan ook noodzakelijk.

Want we leven in een samenleving die ons uitdaagt om niet meer te vertrekken vanuit de dingen die we (denken te) kennen. Iedereen wordt elke dag geconfronteerd met verschillende manieren van denken, handelen, voelen en betekenis geven.

Dat dwingt ons om onze eigen fundamenten en vanzelfsprekendheden telkens opnieuw in vraag te stellen. We moeten leren met andere ogen (of door de ogen van de ander) te kijken naar de sociale realiteit, die te erkennen en vervolgens geleidelijk ook ‘samen’ vorm te geven.

In de praktijk staan welzijnsvoorzieningen daardoor voor de uitdaging om te werken aan een divers personeelsbeleid waarbij het personeelsbestand een goede afspiegeling is van onze samenleving. Want de samenleving wordt door die welzijnsvoorzieningen bediend.

Een divers personeelsbestand is een absolute meerwaarde voor het cliëntsysteem.

Het is verrijkend om kennis te maken met datgene dat je minder goed kent. Heterogene teams komen gemakkelijker tot verschillende invalshoeken en inzichten.

Door het verhogen van diversiteit op de werkvloer kunnen hulpvragers zich beter vertegenwoordigd en erkend voelen. Op die manier kan men ook nieuwe doelgroepen aanboren. Het streven naar meer diversiteit mag echter geen doel op zich zijn.

Terug naar de inhoudstafel

Digitalisering, registratie en controle

Meten is weten. De subsidiërende overheid oefent sinds enkele jaren meer controle uit. Ze gaat na of de toegekende middelen wel efficiënt en effectief worden ingezet. Ze stelt zich de vraag of het CAW wel haar maatschappelijke opdracht vervult en de vooropgestelde doelstellingen bereikt.

Daarom maken de CAW’s sinds enkele jaren gebruik van ‘Regas’, een computerprogramma dat ontworpen is om de voortgang in dossiers van hulpvragers op te volgen. Daarnaast is het een middel om “kwantitatieve en kwalitatieve gegevens” te trekken.

De registratie van de elektronisch dossiers vreet heel wat tijd op van de sociaal werkers. Vroeger werd dit door de sociaal werker op een gepaste wijze bijgehouden. Omdat ook de cijfers uit dit programma worden getrokken is er veel meer druk om alles goed weg te schrijven.

Sociaal werkers ervaren dat ze zich meer moeten verantwoorden over hun werkzaamheden. Zo leidt het contacteren van partnerorganisaties al snel tot heel wat registratie-last. Waar vroeger het merendeel van de arbeidstijd werd besteed aan gesprekken voeren met cliënten en het netwerk, vraagt de registratie nu veel aandacht.

Ten eerste leidt dit ertoe dat er minder tijd overblijft voor cliënten. Er wordt echter wel verwacht dat er evenveel cliënten begeleid worden als voorheen, met alle gevolgen van dien.

Ten tweede zorgt het ook voor ongenoegen bij de sociaal werker. Registreren kan zinvol zijn maar het mag geen paradoxaal effect krijgen waardoor de sociaal werker te weinig tijd heeft om een kwalitatieve hulpverlening aan te bieden.

Een bijkomend punt is dat men steeds meer moet ‘presteren’, lees: meer mensen moet helpen in minder tijd. De drang om goede cijfers te presenteren verhoogt de kans dat men vaker hulpvragers aantrekt die minder zware problemen hebben en dus minder tijd vergen.

Op deze manier dreigen hulpvragers met zwaardere problemen, die een intensievere begeleiding en meer aandacht en tijd vragen, minder snel geholpen te worden.

Terug naar de inhoudstafel

Beroepsgeheim

Het beroepsgeheim van sociaal werkers is ontstaan vanuit de noodzaak om een unieke vertrouwensruimte te creëren waarin hulpvragers in veiligheid hun verhaal kunnen vertellen.

Die vertrouwensrelatie vormt de basis voor degelijk welzijnswerk want zij schept een sfeer waarin hulpvragers zich kwetsbaar kunnen opstellen. Dat is een essentiële factor in het teweegbrengen van verandering en het behalen van hulpverleningsdoelen.

Artikel 458 van het strafwetboek stelt dat het bekendmaken van geheimen die werden toevertrouwd omwille van een bepaalde staat of beroep strafbaar is. Het gaat om zwijgplicht verbonden aan een vertrouwensrelatie.

Die wetgeving geeft sociaal werkers een kader om na te denken en beslissingen te nemen. Het geeft hen in een hulpverleningsrelatie de vrijheid om vanuit vertrouwen en op maat van de cliënt, alle kansen te bieden met het oog op een positief resultaat.

De indruk wordt gewekt dat de huidige wetgeving ontoereikend is of niet wordt toegepast. Ten onrechte want de huidige wetgeving biedt al heel wat mogelijkheden om op te treden. Het doorbreken van het beroepsgeheim is in zeer ernstige situaties of in noodsituaties vandaag al mogelijk.

Wanneer men vermoedt dat een hulpvrager of iemand anders fysiek of psychisch gevaar loopt, kan men een beroep doen op het spreekrecht of de spreekplicht, zeker als het gaat om minderjarigen of personen in een kwetsbare situatie die moeilijker voor zichzelf kunnen opkomen (art 458bis).

Wanneer een mens in nood is, is het de burgerplicht van iedereen om hulp te verlenen. Verkeren burgers in een reële of mogelijke nood, dan mag de sociaal werker niet langs de kant blijven toekijken. Ingrijpen is dan ook geen misdrijf meer.

Bovendien voorziet de huidige wetgeving ook de mogelijkheid om informatie te delen met collega’s. Dat gebeurt in het belang van de hulpvrager en na overleg. Het beroepsgeheim staat veiligheid en samenwerking dus niet in de weg. Toch vindt de wetgever het nodig om die ruime geheimhoudingsplicht bij te sturen.

De wet Terwingen (art.458 ter) geeft hulpverleners spreekrecht bij gestructureerd casusoverleg met politie en justitie maar verbiedt de hulpverlener aan de hulpvrager door te geven wat daar over hem of haar gezegd werd. Dit is een kaderwet en dient dus nog verder uitgewerkt te worden.

Tot nu toe kan zo een overleg alleen met toestemming van het parket. Men werkt nu aan een wet die gegevensuitwisseling mogelijk maakt zonder de toestemming van het parket.

We merken dus een evolutie van niet mogen spreken naar mogen spreken tot moeten spreken. En van samenwerking tussen sociaal werkers naar samenwerking met organisaties met een andere doelstelling, zoals politie en justitie.

ACV Puls wil voorkomen dat de kracht en rijkdom van sociaal werk overboord wordt gegooid door een verdere juridisering en uitholling van het beroepsgeheim. Wij vragen meer vertrouwen in de bestaande handelingskaders, het professioneel handelen en de beroepsfierheid van sociaal werkers.

Dat draagt, in het belang van de hulpvrager, bij tot een succesvol begeleidingstraject. Het opheffen van het beroepsgeheim kan tot gevolg hebben dat sociaal werkers kwetsbare hulpvragers niet meer kunnen bereiken. De kans bestaat dat we op die manier de samenleving onveiliger maken en ook het risico op vereenzaming, uitsluiting en radicalisering vergroten.

Terug naar de inhoudstafel

Globalisering

Over de hele wereld wordt het sociaal werk bedreigd door de globalisering. Landen beschouwen zichzelf meer en meer als ondernemingen die elkaar beconcurreren en de druk om te presteren is sterk toegenomen.

In een poging om nieuwe investeringen van multinationals en internationaal kapitaal aan te trekken wordt de focus op productiviteit en winstgevendheid gelegd. Landen en regeringen nemen economische en politieke beslissingen die die ervoor moeten zorgen dat de concurrentiepositie in de wereldeconomie bevorderd wordt.

Overheidsuitgaven worden teruggeschroefd en de uitvoering en de maatschappelijke verantwoordelijkheid voor zorg, welzijn, veiligheid en gezondheid moeten vanuit die logica veel meer in handen moeten komen van het particuliere initiatief, lees: commerciële ondernemingen.

Zo sluipt het marktdenken alle onderdelen van de maatschappij binnen. De sociale zekerheid wordt afgebouwd en er wordt bespaard op gezondheid en welzijn. Het sociaal werk wordt ondergeschikt gemaakt aan economische groei en internationale competitiviteit.

In het Verenigd Koninkrijk en in de Verenigde Staten bijvoorbeeld leidde dat tot de verwaarlozing van de missie van het sociaal werk. Welzijn werd gereduceerd tot handelswaar en solidariteit werd verkocht voor de realisatie van economische groei, hetgeen resulteerde in ontelbare menselijke drama’s en in een meer ongelijke samenleving.

Terug naar de inhoudstafel

Internationale samenwerking

Verandering bereik je (meestal) niet alleen. Internationale samenwerking speelt een grote rol in het bereiken van doelen en het creëren van kansen.

Organisaties kunnen de kwaliteit van hun werking bevorderen door ervaringen, kennis en inzichten uit te wisselen. Van elkaar leren en elkaar als inspiratiebron gebruiken is essentieel.

‘Housing First’ is daar een treffend voorbeeld van. Housing First is in het begin van de jaren ’90 opgestart in de VS. Ondertussen is het overgenomen door verschillende Europese landen, waaronder ook België.

Housing First Belgium is een sociaal innoverend experiment dat op federale schaal de integratie van de kwetsbaarste daklozen door huisvesting test.

Het gaat over mensen met een lang verleden op straat, problemen met fysieke en/of mentale gezondheid en/of verslaving. Vaak is er een gebrek aan oplossingen bij de klassieke opvangvoorzieningen die voor hen bestaan.

Het project toont aan dat die groep in staat is om rechtstreeks van de straat in een woonst te trekken dankzij intensieve en multidisciplinaire begeleiding op maat van hun behoeften.

Maar we moeten daar wel een kanttekening bij plaatsen. Het slagen of falen van dit soort projecten en het huisvesten van thuislozen hangt sterk af van de situatie op de woningmarkt. Helaas stellen we vast dat het aanbod aan kwaliteitsvolle en betaalbare woningen voor kwetsbare gezinnen ontoereikend is.

Kwaliteitsvolle woningen op de private markt zijn meestal te duur voor kwetsbare gezinnen. Daarom belanden veel gezinnen in woningen van slechtere kwaliteit, waar een hoge huurprijs én een hoge energiefactuur (bijvoorbeeld door slechte isolatie) voor financiële problemen en woononzekerheid zorgen.

De lange wachtlijsten bewijzen dat ook de sociale huurmarkt kampt met een groot tekort aan woningen. In Leuven bijvoorbeeld zou het volgens onderzoekers nog 74 jaar duren vooraleer de wachtlijst voor sociale woningen aan het huidige tempo weggewerkt is.

We spreken dus over een onhoudbare situatie waar snel een eind aan gemaakt moet worden. Er moet dringend geïnvesteerd worden in kwaliteitsvolle en betaalbare woningen, ook voor gezinnen in de laagste inkomenscategorieën.

Terug naar de inhoudstafel

De rol van ACV Puls

ACV Puls is actief in het sociaal werk, heeft leden en vakbondsvertegenwoordigers in CAW’s alsook in de socioculturele sector.

Vanuit haar kijk op de samenleving en het sociaal werk wil ACV Puls een voortrekker zijn in het herdenken van de rol en de maatschappelijke positie van het sociaal werk. Ze wil mee reflecteren over de identiteit en profilering van de sociaal werker van vandaag en morgen.

ACV Puls is de organisatie die de sociaal werkers over alle sectoren heen wil en kan verenigen. We willen in dialoog gaan met de sociaal werkers, hun sociaaleconomische belangen verzamelen en behartigen.

Daarbij onderzoeken we wat zij als professionals nodig hebben om kwaliteitsvolle begeleiding en ondersteuning te geven aan kwetsbare burgers. Onze vakbond heeft hier de nodige kennis, ervaring, contacten en structuren voor.

In samenwerking met andere sociaal werkorganisaties willen wij op verschillende manieren structureel aan beleidsbeïnvloeding doen. Dat kan door gericht de gevolgen van het gevoerde beleid aan de kaak te stellen, door onze syndicale standpunten wetenschappelijk te onderbouwen en door overleg.

Het leveren van kwaliteitsvolle zorg waar hulpvragers bij betrokken worden, blijft een uitgangspunt voor sociaal werkers. ACV Puls zal erover waken dat expertise niet verloren gaat door de uitbesteding van het sociaal werk aan commerciële organisaties die gedreven worden door winstbejag.

Wij zullen reageren wanneer jobs in het gedrang komen en loon– en werkvoorwaarden eenzijdig gewijzigd of verslechterd worden.

ACV Puls wil dat er bijkomend geïnvesteerd wordt zodat kwaliteitsvolle zorg kan blijven gegeven worden. Daarom streven wij altijd een correcte financiering van de sector na en ijveren wij voor meer kwaliteitsvolle jobs, meer koopkracht, werkzekerheid en minder werkdruk.

Kortom, we zijn van plan om te doen wat we al 30 jaar lang doen: de sector verbeteren, versterken en uitbreiden. En niet in het minst zullen we ervoor zorgen dat onze stem gehoord wordt op de werkvloer, bij het beleid én in het politieke debat.