Floor Michielsen: " We willen bekijken hoe we de manier waarop we als samenleving vandaag met leefloners omgaan kunnen veranderen"

Ingediend door sociaal werker op do, 06/12/2018 - 13:44
Floor Michielsen van BASkuul

Een tijdje geleden ontmoetten we Floor Michielsen voor een babbel in het Brusselse sociale restaurant Chicago. Daar vertelde ze ons zo gepassioneerd over haar job als opbouwwerker, dat we een paar dagen later opnieuw afspraken voor een interview voor deze site. Bij deze...

Dag Floor. Je bent sociaal werker. Heb je dat altijd al willen worden?

Wel, van opleiding ben ik eigenlijk politieke wetenschapper. Die studie sprak mij aan omdat ik graag systemen en machtsverhoudingen probeer te begrijpen, ik krijg graag zicht op het groter plaatje. Na mijn studies begon ik te werken in de noord-zuid sector, bij Oxfam-Wereldwinkels. Maar omdat er ook veel dichter bij huis heel wat onrechtvaardigheid zit, kreeg ik zin om in Brussel met Brusselaars aan een rechtvaardigere stad te werken.
En dus ben ik opbouwwerker geworden omdat ik graag vanuit de praktijk, en niet vanuit een ivoren toren, onrechtvaardigheid analyseer én probeer aan te pakken.

Wat houdt je werk in?

Ik werk in Brussel als opbouwwerker bij samenlevingsopbouw aan het project BASkuul. Via dat project maken wij mensen die recht hebben op een leefloon bewust van hun rechten en strijden samen met hen voor een menswaardig laatste vangnet voor iedereen. Concreet betekent dat dat we hen proberen samen te brengen, eigenlijk net zoals de vakbond dat doet met werknemers, om hen te organiseren en hen een stem te geven.

Doe jij je werk graag?

Ik doe mijn werk heel graag, maar het vraagt wel veel van mij. De mensen die wij met BASkuul willen organiseren, zitten soms in zo'n schrijnende situatie dat het moeilijk is om samen met hen te kijken voorbij hun urgentie, naar het groter plaatje. En die verhalen van mensen kruipen in mijn hoofd. Ik neem ze mee naar huis. Ik ben daar ook na mijn uren mee bezig.

Hoe ga je daarmee om?

Wel ik praat daar over met mijn vrienden en mensen in mijn omgeving. Ik merk dat zij soms geen idee hebben wat andere mensen, die in dezelfde maatschappij leven, meemaken. Er is naar mijn gevoel een groot verschil in leefwereld tussen de mensen met wie ik werk en de mensen die ik buiten mijn werk zie. Door met mijn vrienden over mijn werk te praten wil ik een brug slaan tussen die verschillende leefwerelden. Ik hoop dat ik zo kan bijdragen aan een positieve verandering naar een meer warme en solidaire samenleving.

Waar lig jij wakker van?

Van de manier waarop we vandaag de dag kijken naar en omgaan met mensen die het moeilijk hebben. Ik lig wakker van de druk die gelegd worden op mensen die in armoede en miserie zitten. Zij moeten aan altijd maar meer voorwaarden voldoen om te krijgen waar ze eigenlijk gewoon recht op hebben. En als ze niet aan die voorwaarden kunnen voldoen, verliezen ze hun recht of krijgen ze sancties opgelegd. Die hele politiek van "voor-wat-hoort-wat" en de idee van "de stok achter de deur" doet uitschijnen dat het probleem van mensen in armoede is dat ze gewoon niet hard genoeg hun best doen, alsof ze ervoor kiezen om geen stappen vooruit zetten.

Is dat beleid niet de verantwoordelijkheid van politici die daarvoor verkozen zijn?

Ja, dat is zeker zo. Maar moest je de verhalen kennen van de mensen die wij ondersteunen als BASkuul, dan is het beleid dat gevoerd wordt om hen zogezegd uit die situatie te halen onbegrijpelijk. Vooral ook als je ziet dat het beleid geen of in elke geval veel te weinig verantwoordelijkheid opneemt om de structurele problemen die armoede in de hand werken aan te pakken, zoals de huisvestingscrisis hier in Brussel, of het gebrek aan jobs op maat voor laaggeschoolden, of de discriminatie op de arbeidsmarkt, of het gebrek aan kinderopvang, of ... ga zo maar door.
Al die problemen worden steeds meer geïndividualiseerd. Een mooi voorbeeld daarvan Is het GPMI, het geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie. Dat is een contract dat mensen die recht hebben op een leefloon, moeten ondertekenen in ruil voor hun leefloon. In die contracten staat bijvoorbeeld dat ze werk moeten zoeken en geschikte huisvesting moeten vinden. Maar ondertussen krijgen de sociaal assistenten, die die mensen die contracten moeten laten tekenen, nauwelijks of geen tijd om hen daarbij te begeleiden, omdat ze veel te veel dossiers hebben. En dat terwijl we weten dat de huizenmarkt en de arbeidsmarkt zeer ontoegankelijk zijn voor mensen in kwetsbare posities. Er zijn zaken die een sociaal werker samen met de persoon kan aanpakken, en die individuele begeleiding om stappen te zetten is superbelangrijk, maar er zijn ook zaken die op het niveau van de overheid, collectief aangepakt moeten worden om de grondoorzaken van armoede aan te pakken.

Je werkt in Brussel. Zie je een verschil in beleid tussen Brussel en Vlaanderen?

Het dominante discours van voor-wat-hoort-wat zit er overal in ons land wel in. Maar wij merken hier wel dat de Brusselse OCMW's zelf ook vraagtekens plaatsen bij de hervorming van de OCMW-wet in 2016. Die hervorming maakte het GPMI verplicht voor alle leefloners. Ik heb het gevoel dat in Vlaanderen het "activeringsdiscours" iets gemakkelijker ingang vindt dan in Brussel. Maar aan de andere kant ben ik ervan overtuigd dat er ook in Vlaanderen maatschappelijk werkers en OCMW-besturen bezorgd zijn over dit verplichte contract en de idee erachter dat je een stok achter de deur nodig zou hebben om mensen in kwetsbare posities stappen vooruit te laten zetten.

Waarom is dat GPMI niet ok?

Zo'n contract kan misschien werken als het dient als een begeleidingsinstrument. Maar als het dient om mensen te sanctioneren, en sociaal assistenten en OCMW's voelen dikwijls een zekere druk om te moeten sanctioneren, zet het de vertrouwensrelatie tussen maatschappelijk werker en hulpvrager serieus onder druk. Bovendien hebben maatschappelijk werkers omwille van het grote aantal dossiers die ze moeten opvolgen dikwijls niet langer de tijd om een vertrouwensrelatie op te bouwen. Nochtans is die relatie essentieel om de situatie van mensen te begrijpen en samen met hen op zoek te gaan naar aanknopingspunten om hun situatie te verbeteren. Ook onderzoek heeft trouwens al aangetoond dat de zogezegde “harde aanpak” van controle en sanctie niet werkt.

Wat is jullie aanpak met het project BASkuul?

Wij nemen tijd om te luisteren naar de mensen met wie we werken. Dat is absoluut nodig om vertrouwen langs beide kanten op te bouwen. Daarnaast proberen wij hen te verenigen in een collectief, omdat gedeelde ervaringen in een groep versterkend en ook ontschuldigend werken. Het is super belangrijk om in te zien dat ook andere mensen de problemen waar jij mee worstelt, hebben. We zijn nog maar één jaar bezig met ons project, maar we hopen dat we in de toekomst samen met hen hun stem kunnen laten klinken. In verband met het GPMI willen we, samen met collega-opbouwwerkers in Vlaanderen, zoveel mogelijk verhalen van mensen verzamelen. Daarmee willen we aankaarten dat het GPMI in de praktijk dikwijls geen begeleidingsinstrument is. We willen vanuit de praktijk aantonen dat de "stok-achter-de-deur" filosofie niet werkt, en voorstellen doen hoe het anders kan.
We willen daarvoor ook de handen in elkaar slaan met maatschappelijk assistenten en andere partners die dezelfde bezorgdheden delen. Samen willen we kijken hoe we dit GPMI en de manier waarop we als samenleving vandaag met leefloners omgaan kunnen veranderen.

Wat kan de LBC-NVK daarbij doen? Hoe kunnen andere sociaal werkers of burgers helpen?

Ik denk dat de vakbond de werknemers binnen de OCMW's moet helpen organiseren en hen ondersteunen om ook hun bezorgdheden in verband met het GPMI te verzamelen en naar buiten te brengen. De vakbond kan ook een platform bieden aan sociaal werkers én burgers om te kunnen zeggen "not in my name". Ik denk dat er veel mensen en sociaal werkers zijn die een andere aanpak willen om armoede aan te pakken. Maar zij voelen zich vandaag misschien geïsoleerd? Vandaar lijkt het me super belangrijk dat zij zien dat zij niet alleen staan met hun ideeën. We zullen ons moeten organiseren om een alternatieve stem te laten klinken. Die stem is er, daar ben ik van absoluut van overtuigd. We moeten ze alleen samen en naar buiten zien te krijgen, ze moet gehoord worden en een plaatsje zien te veroveren In het publiek en politiek debat. Met hoe meer we daaraan samenwerken, hoe meer kans op slagen.

Daarom ook mijn oproep: ben jij als sociaal werker of vanuit je eigen ervaring met GPMI bezorgd over dit contract, of ken je goede praktijken van het GPMI als begeleidingsinstrument? Aarzel zeker niet om contact op te nemen met mij via floor.michielsen[at]samenlevingsopbouw[punt]be, om je ervaring te delen of te bekijken hoe wij kunnen samenwerken!